Eerder verschenen op Jutblogt
DT, het blijft een heikel punt voor de doorsnee Nederlandstalige mens. Daarom leg ik de meest eenvoudige methode even uit. Alhoewel ‘even’ misschien een understatement is. Want ik ken U, U snapt nooit iets zomaar van de eerste keer. Maar goed, hier gaan we dan.
In geval van Twijfel, vervangt men het werkwoord in kwestie door het werkwoord ‘horen’ (ja en nu hoor ik u al zeggen, waarom niet spelen of leren of borduren. Laat het zo, we nemen ‘horen’ ).
U wil schrijven ‘ik vind’. U vervangt ‘vind’ door het ww horen. Wat krijgen we dan? ‘Ik hoor’. Geen t dus. Zo simpel is het. Nog niet duidelijk? Nee, dat dacht ik al.
OK, u wil schrijven : ‘hij vond’. Dat wordt (en wordt wordt op zijn beurt hoort, een t dus) ‘hij hoorde’. Geen t.
Het voltooid deelwoord dan. Vergeet regeltjes. Verleng het gewoon. Hij heeft gedeeld wordt (en wat was het nu weer met wordt? Herhaalt u even voor mij aub?) : de gedeelde cake, een d dus. Of zij heeft gemist : het gemiste programma. Een t. Simple comme bonjour. Maar ik zal u niet in verwarring brengen met Vreemde Talen.
Wat dan met het aartsmoeilijke ‘misten’, zoals in : het mist en ik zie geen steek door mijn voorruit. Ik ben er nog niet helemaal uit hoe ik dat aan uw verstand moet brengen maar het is met TWEE t’s in het verleden. Neem het maar van mij aan. Het mistte zo erg dat ik niks zag door mijn voorruit en minstens twee herten overreed (overhoorde, een d dus).
Maar wat dan met het omstreden ‘gij’? Wel, gij heeft ALTIJD een T, ook in het verleden. En er zijn mensen die dat betwisten, omdat het ouderwets en bovenal Vlaams en geen Nederlands is, maar wederom ga ik niet met u in discussie. Gij is met een t. Gij hadt. Echtig waar. Altijd. En zelfs Immer.
Gaat (hoort) u het nu onthouden? Nee zeker, dat dacht (hoorde, maar een onregelmatig werkwoord, dus niet van toepassing, zucht(geen werkwoord, maar een zelfstandig naamwoord)) ik al.


